top of page

Het land van 'ooit'. Over hoop en groeikracht




Een goede hulpverlener is een hoop-verlener.

Die uitdrukking heb ik van onze vroegere hoofdgeneesheer, dr. Marc Eneman. Ik denk eraan terug, wanneer ik een oproep krijg van de crisis-unit.


Alice is voor de vierde keer opgenomen. Het ging een tijd goed 'buiten': ze genoot en deed vrijwilligerswerk, maar in betere periodes durft ze al eens haar medicatie verwaarlozen, waarop ze terug psychotisch wordt en een nieuwe opname zich opdringt. Vandaag is ze één hoopje ellende. Tussen het snikken door, hoor ik een zin als refrein terugkeren: 'Het komt nooit meer goed met mij, nooit'. Ik blijf bij haar zitten, zwijgend, beloof morgen op hetzelfde uur terug te komen, en laat bij mijn vertrek een led theelichtje achter op haar nachtkastje.


De zin van Alice zindert na. Nog steeds kan ik de zwaarte en diepte van psychisch lijden niet vatten. Vallen, recht krabbelen en het leven - heel even - in de ogen kijken, om dan opnieuw te vallen en schaafwonden van binnen op te lopen.


Toch wil ik blijven hopen op een toekomst voor Alice. Samen met haar. Desnoods plaatsvervangend voor haar.



Wat me hierbij helpt, is een woord dat ik recent heb laten inkaderen. Ik kreeg het in juni laatstleden cadeau van de beroepsgroep voor pastores, bij het uitreiken van de prijs voor spirituele zorg. Het hangt in mijn bureau, als een reminder aan wat goede (zin-)zorg ten diepste betekent.

Goede zorg is langzaam de letter 'n' afpellen van het woord 'nooit', tot de droom van 'ooit' opnieuw contouren krijgt.

Mits veel geduld én het herijken van doelstellingen, verschijnt dan soms - niet altijd - een nieuwe horizon van zinvolheid rond een leven vol kwetsbaarheid.



In een groepsgesprek op het dagziekenhuis liet ik cliënten hierover aan het woord. Bij het meeslepend lied 'Op een hoopje' van Eva De Roovere reflecteerden we over 'hoop-dichtbij'. En op wat hoop jij? Op een streepje zon, een vrij weekend, een volgende koffie of sigaret? Dergelijke antwoorden benoemden we als 'hoop-binnen-handbereik' (hoop-espoir).



Anders is de hoop-als-horizon (hoop-espérance), meesterlijk vertolkt in het filmpje 'What is it that you desire most?'. Hier gaat het over de slagzin of koepel die mensen rond hun leven als geheel zouden zetten. Jan en Hilde getuigen.


'Mijn ziekte dwingt me om meer en meer Boeddhistisch te leven', vertelt Jan. 'Vroeger leefde ik voor mijn werk, voorwaarts gericht in mijn verlangens. Nu koester ik de korte momenten dat ik kan genieten. Ik maak er foto's van, zodat ik nadien weet dat ze er echt waren en ik ze achterwaarts opnieuw kan beleven. Misschien is dit wel mijn missie: gezonde mensen doen nadenken over wat werkelijk van tel is.'

Hilde getuigt: 'In mijn betere momenten doe ik vrijwilligerswerk in een dierenasiel. Daar kom ik tot leven. Daar heb ik het gevoel dat ik de eenzaamheid van een ander levend wezen van binnenuit versta en tot echte connectie kom.'



Hilde en Jan slagen erin om in een soort lemniscatische beweging de cirkel van hun lijden samen te denken met een cirkel van groeiende humaniteit. Voor hen is het op verrassende wijze én/én. Wie goed kijkt, ziet in het ingekaderde woord hierboven dezelfde lemniscatische figuur (twee cirkels die samen een vloeiende 8 vormen) én een plusteken.

Hoop is realistisch en erkent de weerbarstigheid. Ze houdt tegenstrijdige zaken samen. Net die vervlechting zorgt voor nieuw perspectief, voor groei-doorheen-het-lijden. De positieve plus.

In de voorbije maand, de maand van de spiritualiteit, hebben we binnen ons ziekenhuis geen grote acties rond het thema 'hoop' ontwikkeld. Dit jaar geen toiletaffiches met mooie foto's of bezinnende kaartjes met quotes.


Er was wel een kleine perelaar, aangeplant op de stilteplek tijdens een ritueel aan het begin van de zomer. De weergoden waren het boompje niet goed gezind; de aanhoudende hittegolf zorgde al gauw voor bruine blaadjes. Gelukkig was er Eddy, bewoner van de longstay, man met magische groene vingers. We maakten hem tot peter van onze 'Groeiboom'. Elke dag mocht hij even buiten de afdeling om de boom een emmer water te geven. Het verhaal liep zoals in de Kleine Prins en de roos. Eddy groeide in verantwoordelijkheid. De boom ook: die stond eind augustus zowaar in bloei, te midden een steppe van dor gras.



Vanmorgen passeerde ik er opnieuw. Op wandel met Alice. Zij was het die me wees op het begin van een eerste peer. Samen zijn we nu op zoek naar een oude brievenbus, waarin patiënten en bezoekers een briefje kunnen deponeren met daarop hun droom over iets concreet waarin zij willen groeien. Over hoop gesproken...




  • Heb jij een mooi voorbeeld van hoe hoop binnen de zorg gestalte krijgt? Post dan een berichtje of foto op de interactieve (gesloten) facebookpagina van Gensterzorg. Beantwoord 2 vragen en je wordt toegelaten.















255 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page